Wolvenbeleid op basis van wetenschap

1 september 2026
Wolf

Op 1 september debatteert de Tweede Kamer over het Nederlandse wolvenbeleid. Als wetenschappelijk instituut hebben wij staatssecretaris Erkens gevraagd om te kiezen voor duurzame oplossingen die de biodiversiteit bevorderen en in de praktijk werken. De volledige brief lees je hieronder.

Volg onze verhalen

Volg hier het nieuws over het museum en het dagelijkse werk en ontdekkingen van onze onderzoekers.

FacebookInstagramYouTube

Geachte staatssecretaris Erkens, geachte leden van de vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,

Aanstaande dinsdag debatteert u over het Nederlandse wolvenbeleid en de voorgenomen maatregelen om aan de zorg in de samenleving tegemoet te komen. Begrip voor maatschappelijke onrust en gevoelens van onveiligheid is terecht, maar beleid zou moeten stoppen bij sentiment en beginnen bij wetenschappelijke kennis.

Als wetenschappelijk instituut wijzen wij u dringend op de risico’s van het ingeslagen spoor. Preventie maatregelen en maatregelen gericht op het afschrikken zijn cruciaal voor het duurzaam samenleven met wolven. We zien echter dat er nadrukkelijk ruimte wordt gemaakt om afschot in de toekomst gemakkelijker te maken. Deze ruimte lijkt vooral een tegemoetkoming aan maatschappelijk sentiment, correspondeert niet met wetenschappelijk gefundeerde kennis over wolfgedrag en vormt in de praktijk symptoombestrijding die contraproductief werkt en onder meer leidt tot ecologische ontregeling.
 

Wij vragen uw aandacht voor vier wetenschappelijke feiten:

1. Afschot werkt contraproductief op veeschade
Het doden van wolven leidt niet vanzelfsprekend tot minder veeschade; onderzoek (o.a. Wielgus & Peebles; Kutal et al.) toont aan dat het de schade juist kan verhogen. Het afschieten van (volwassen)dieren verstoort de sociale roedelstructuur. De roedel valt uiteen en verliest het vermogen om op grote wilde prooien te jagen, waardoor overgebleven of jonge wolven sneller overstappen op makkelijk bereikbaar vee (zoals schapen). Het afschieten van ouderdieren stopt bovendien het leerproces waarin jongen leren afstand te houden van menselijke omgevingen.

2. Het probleem ligt bij ontbrekende preventie, niet bij de wolf
In 2025 vond in liefst 89% van de geregistreerde schadegevallen onder vee de aanval plaats op locaties waar wél wolven aanwezig waren, maar geen adequate preventieve maatregelen volgens de landelijke adviesnorm waren genomen (BIJ12, 2026). Europese studies bewijzen dat goed geïmplementeerde preventie (met name elektronische omheining) de schade tot 100% kan reduceren.

3. Dorpsbezoek of nieuwsgierigheid is geen 'probleemgedrag'
Jonge wolven verlaten na het tweede of derde levensjaar vaak hun geboorteroedel en gaan op zoek naar een eigen territorium en partner. Tijdens deze dispersie kunnen zij honderden kilometers afleggen (Vorel et al., 2024), dorpen en woonwijken liggen dan onvermijdelijk ook op zijn/haar route. Het enkele feit dat een wolf door een woonwijk loopt, zegt weinig over de intentie. Belangrijker is hoe het dier zich gedraagt. Dat onderscheid maakt Reinhardt et al. (2020): het passeren van bebouwing is niet automatisch problematisch gedrag; het herhaaldelijk actief benaderen van mensen kan dat wel zijn.

Ook nieuwsgierigheid naar bewegende objecten of honden is biologisch verklaarbaar. Wolven gaan vaak uit speelsheid of nieuwsgierigheid achter hardlopers, fietsers of ruiters aan, net zoals honden dat doen. Vaak leren ze pas op latere leeftijd welke andere wezens 'off limits' zijn. Honden kunnen benaderd worden met rivaliserende, amicale of romantische intenties. Het gedrag van de wolf (en de hond) laat zien wat de intenties zijn. Het direct bestempelen van een wolf als 'probleemwolf' enkel vanwege de locatie verwart gedrag met context. Niet-dodelijke afschrikking (zoals paintball of geluid) leert wolven én hun roedels menselijke nabijheid te mijden. Afschot beëindigt dit leereffect juist.

4. Afschot veroorzaakt ecologische ontregeling
Veel aandacht gaat uit naar de schade en het gevaar van wolven. Veel minder aandacht bestaat voor een cruciale rol die de wolf als toppredator vervult in onze natuur. Hij reguleert prooidierpopulaties (zoals reeën en zwijnen), voorkomt de verspreiding van besmettelijke ziektes door zieke dieren uit te selecteren, en stimuleert bosverjonging en biodiversiteit (Groen et al., 2025; Wójcicki & Borowski, 2023). Tenslotte zorgen wolven door hun jachtgedrag voor voedselbronnen voor andere dieren zoals aaseters (Wikenros et al. 2013). Dieren als vossen, raven en marters profiteren hiervan. Willekeurig afschot verstoort deze natuurlijke predator-prooirelaties.
 

Onze oproep aan u:

Zet preventie en afschrikking centraal: Investeer in bewezen wolfwerende rastering om vee te beschermen, zorg voor strenge handhaving tegen het (bewust of onbewust) voeren en aantrekken van wolven en stel effectieve afschrikmiddelen beschikbaar voor opgeleide professionals om het leereffect binnen wolfgemeenschappen te versterken.

Beperk het afschieten van een wolf tot uitzonderingen: Zet afschot nu en in de toekomst uitsluitend in bij individuele wolven die aantoonbaar direct gevaarlijk of agressief gedrag vertonen richting mensen. Maar zet ook hier in eerste instantie in op afschrikken, om het eerder genoemde leereffect binnen de wolfgemeenschappen te faciliteren.

Investeer in kennis en educatie: Help burgers, bestuurders en media het onderscheid te maken tussen normaal, ongewenst en daadwerkelijk gevaarlijk wolvengedrag. De meest gevaarlijke situaties ontstaan niet door de aanwezigheid van wolven, maar onze reactie en interactie met het dier. 

Kies aanstaande dinsdag voor duurzame oplossingen die de biodiversiteit bevorderen en in de praktijk werken. We hopen dat wetenschappelijke kennis de koers bepaalt en niet de emotie van het moment. 

Hoogachtend,
 

Marcel Beukeboom
Algemeen directeur Naturalis Biodiversity Center 

en

William Voorberg 
Onderzoeker Naturalis Biodiversity Center